
75 jaar HOG
De HOG bestaat 75 jaar.... Toentertijd in 1980 of daaromtrent ben ik lid geworden. Je moest in die tijd als 17-jarige een vergunning hebben om te mogen vissen. Mijn vader was al heel lang lid en ook een aantal buurmannen, dus werd ik ook lid van de HOG. Er is sinds die tijd veel veranderd, maar mijn plezier in het vissen is altijd gebleven. Ik vis vanaf het begin al op witvis en vermaak mij daar nog steeds prima mee. Hoewel ik al een flinke tijd elders in het land woon en inmiddels diagonaal het land ben afgezakt ben ik nog steeds lid.
Tijd voor een terugblik.
In de tijd dat ik lid werd was de HOG in vergelijking met andere verenigingen 'vooruitstrevend' te noemen door het meten en weer terugzetten van de vis. Doordat we elkaars vissen maten, moest je wel een maatje hebben die in de buurt viste. De meeste verenigingen visten 'in de tas' en de vissers namen de dode vis mee ter weging. Zelf heb ik ook op die manier gevist, ik wist niet beter, maar ik doe het al jaren niet meer en ik mis het niet.
Ik deed mee aan de wedstrijden in de zaterdag- en de woensdagavondcompetitie. Van deze laatste heb ik nog de Joop Drent wisselbokaal na deze 5x in totaal te hebben gewonnen. Ik weet nog dat 1 competitie er elke avond tussen de 40 en 45 (!) personen meededen aan de wedstrijden bij het gemaal “Oude Geut” in het Nieuwe Kanaal te Midwolda.
Naast de wedstrijden in de regio gingen we een aantal keren per jaar met de bus naar een bestemming als het IJsselmeer. In het holst van de nacht vertrokken we. Oh wee als het al licht was voordat we bij het water waren, dan waren we veel te laat! Spannend was het altijd als de dijk in zicht kwam. Hoe staat de wind? Kunnen we aan de dijk vissen of moeten we door naar Den Oever of de “doorbraak” in de kop van Noord-Holland? Soms was het teleurstellend, soms ook heel goed.
De beste resultaten hadden we op een busreis naar Kampen in het voorjaar. Iedereen ving een flink aantal vissen, meest voorns maar ook aardig wat brasems. Ook stormen hebben we meegemaakt op onze busreizen, naar het Ketelmeer met name, en de nodige gevallen met 'pech onderweg'. We gingen zover weg omdat het water in de omgeving nog vaak verontreinigd was en de vangsten slecht.
Gelukkig is de waterkwaliteit flink verbeterd en kent de regio tal van
viswateren waar je met plezier kunt gaan vissen. Wie had toen gedacht
dat er ooit een prachtig viswater zou komen in de achtertuin van de
Midwolmers en Oostwolmers? Wat mij wel is bijgebleven is dat het over
het algemeen moeizaam vissen was in de regio, zeker als je met een club
een wedstrijd houdt.
Ook vistechniek en -materialen zijn veranderd. Mijn eerste hengels waren van riet en bamboe en bij een lengte van 4m is dat al heel erg zwaar. Daarna kwamen de glasvezel hengels, die waren echt loeizwaar bij een lengte van 7meter. Later kwamen de eerste carbonhengels, peperduur nog. En je koopt tegenwoordig natuurlijk geen hengel maar een pack, een hengel, met mini-extensie, minimaal 2x een 4-delige topset, soms ook een powerkit, een cuppingkit en een foedraal.
Ik heb altijd al graag met werphengels gevist, met matchhengels en later met winckle pickers en nog later weer met feeders. Ook hierin is een evolutie geweest. Ik weet nog goed dat ik mijn eerste winckle picker kocht van Pierre Bronsgeest op de Visma, waar we ook met een groepje van de HOG regelmatig met de bus naar toe gingen. Toen viste men ook nog veel met de swing-tip. Het feedervissen heeft een grote vlucht genomen in Nederland met prachtige hengels die hiervoor te koop zijn, van light tot heavy, voor het vissen op ondiepe zachtstromende kanalen tot het vissen op hard-stromende rivieren en vissen als barbeel, en alles daar tussenin.
Ook al weer enige tijd bestaat het vissen met de method-feeder, bezig aan
een echte doorbraak in Nederland. Ook ik ben aan het experimenteren met
de method en met technieken uit het karpervissen.
De technieken voor de vaste hengel worden ook steeds verfijnder. Cuppen is een specialisme geworden. Ooit begon ik met een 'cupje' voor het bijvoeren van maden en casters gemaakt van een fotorolletje en een tuigenklemmetje, simpel, en ik gebruik het nog steeds. Elastiek is bijna standaard geworden, en ook hier kun je weer kiezen uit allerlei soorten en maten.
Een van de eerste keren viste ik in Nieuwolda met zo'n cupje en elastiek. Ik
moest heel wat uitleggen aan een passant, zeker toen een brasem een paar
meter elastiek uit de top trok... Hoe meer elastiek eruit de top kwam
hoe groter de ogen van de beste man werden. Wat ook niet heeft
stilgestaan is de dobberbouw. Zelf heb ik nog dobbertjes gemaakt van
balsa, en ik heb nog steeds wat zelfgemaakte dobbers in een kist liggen,
hoewel ik er niet meer mee vis. Ik vis tegenwoordig met prachtige
dobbertjes van Nederlands fabrikaat van Timm's en Geer, innovatief
materiaal en toepassingen. Vergelijk dat eens met de ouderwetse
“Rotterdammers”, en de joekels van pennen waar we mee op het IJsselmeer
visten. Toch vingen we hier wel mee!
Wat ik geen positieve ontwikkeling vind is dat ik steeds meer materiaal meesjouw. Oké, dat ligt aan mezelf. Vroeger ging ik op pad met een hengeltje, wat maden, brood en deeg en een beetje lokaas, pikkend langs het water. Toen was het transportmiddel een fiets, nu een overvolle stationcar. Tegenwoordig duurt het een half uur voordat ik geïnstalleerd ben, als ik het eenvoudig hou. Toen had ik al 2 of 3 stekken geprobeerd in dezelfde tijd. Later kwam bij de paar spulletjes een tas en een foedraal met misschien wel 2 hengels en een schepnet. En een emmertje met wat oud gemalen brood als voer of wat Justus, een doosje maden en wat deeg in een deegspuit. Dit was al een flinke opgave om mee te nemen, zeker als je 13 hekken overmoest naar de centrale in de Kuikhornstervaart (wie kent deze stek nog?).
Nu verplaats ik mij met een soort kruiwagen, waarop een niet te tillen
''basisstation'', dito tas met allerlei accessoires, een flinke
voeremmer, een leefnettas met een leefnet van 4 meter, één of twee
foedralen en soms nog wat losse hengels (zucht). Maar als ik eenmaal
zit, zit ik prinsheerlijk.
En wie had 25 jaar geleden gehoord van Internet? Een prachtig medium waar veel informatie te vinden is. Artikelen die je wil kopen bekijk je online (en koop je bij je lokale hengelsportwinkel, toch?). Ook bestellen via het buitenland heb ik al gedaan, beetje jammer dat ik het pakketje af kon halen bij een distributiecentrum 50km verderop. Spullen die je over hebt zet je te koop op marktplaats. Alle technieken worden uitvoerig behandeld op het internet, compleet met video op Youtube.
Met anderen kun je informatie uitwisselen via forums of via een on-line
chat. Je kijkt of je het droog houdt op de buienradar. Met Google Earth
bekijk je de stek en met Google maps plan en bekijk je je route . Weet
je niet welke vis je hebt gevangen, dan zoek je deze op in de vissenapp.
op je smartphone. Nu moet je haast altijd wel een vol leefnet bij elkaar
vissen! En kun je er niet meer over liegen, want ook een fotootje van de
gevangen vis is zo gemaakt met je telefoon. Gelukkig werkt de vis niet
mee aan onze snode plannen, waardoor vissen lekker spannend
blijft.
Veel is er dus veranderd, wie weet hoe onze hobby er over 25 jaar uit ziet
als de HOG 100 jaar bestaat? Wat zeker niet stilstaat is de tijd. Veel
vissers uit het verleden zijn niet meer onder ons. Daarom, geniet van
onze mooi hengelsport zolang je kunt.
Jan Meerman